Onderhout
Voor ons tweejarig jubileum gingen we ringen passen. ‘Van mij hoef je echt geen ring te dragen hoor’ zei ik nog, maar vriendje riep stoer dat hij best bereid was om het in ieder geval te proberen.
De eerste juwelier toverde van achter de toonbank een grote doos met bijpassende relatieringen tevoorschijn. ‘Je bent een grote vent, dan kun je best een fors ringetje hebben’, bromde hij. Hij plukte een exemplaar uit de doos en draaide hem rond voor zijn neus. Vriendje trok wit weg. Bij elke ring mompelde hij een twijfelachtig ‘mwoah, ach, neuh’ en liet hem dan weer terugstoppen tussen het fluweel. Toen de juwelier begon te zuchten, was het tijd was om te gaan.
Eenmaal buiten begon vriendje te foeteren. ‘Het is toch géén gezicht!’ riep hij verontwaardigd. ‘Bijpássende relatieringen?!’ Hij snoof. ‘Daar ben ik nog níet aan toe. Dat is net als.. als.. het dragen van bijpassende jassen!’
Bovenstaand scenario verraste mij weinig en ik had mijn alternatieven klaar. Zodoende werd gisteren een alleraardigst naambordje bezorgd met ons beider namen. Puur symbolisch hoor, puur symbolisch.
Vriendje keek argwanend naar het plankje dat ik hem gaf. Hij snuffelde eraan, krabde wat aan de gekrulde lettertjes, draaide het om, en begon toen te schateren van het lachen..
